![]() Melkklierkanker is één van de meest voorkomende vormen van kanker bij de niet gecastreerde teef of poes. De medische benaming is mammatumor. Castratie van vrouwelijke dieren wordt vaak onjuist sterilisatie genoemd. Bij castratie van een dier worden de geslachtsklieren, dus in dit geval de eierstokken, verwijderd. Bij sterilisatie wordt het dier onvruchtbaar gemaakt door onderbreking van de eileider, de verbinding tussen eierstok en baarmoeder. In deze laatste situatie blijft de productie van geslachtshormonen aanwezig en wordt het dier normaal loops of krols. Er zijn twee methoden van castratie van vrouwelijke dieren. In het ene geval, ovariëctomie, worden alleen de eierstokken weggehaald. In de andere situatie, ovariohysterectomie, worden zowel de eierstokken als de baarmoeder verwijderd. Bij de teef die niet is gecastreerd, ontstaan op oudere leeftijd zeer vaak tumoren in de melkklieren. Inmiddels is bekend dat deze gezwellen worden veroorzaakt door rechtstreekse beïnvloeding van het DNA (het genetisch materiaal) in de melkkliercellen, door het hormoon progesteron. Dit hormoon wordt in de eierstokken geproduceerd tijdens het tweede deel van de loopsheid en de hierop volgende 2 maanden. Deze laatste periode wordt ook wel de schijnzwangerschap genoemd. Wat betreft de progesteronproductie is er geen verschil tussen drachtige en niet drachtige teven. Progesteron, gevormd in de eierstokken, is namelijk ook het hormoon dat de dracht in stand houdt. De melkkliercellen produceren groeihormoon onder invloed van progesteron. Groeihormoon wordt normaal alleen tijdens de groeifase van mens en dier in een verhoogd gehalte in het hersenaanhangsel, de hypofyse, aangemaakt. Het melkklier-groeihormoon zorgt voor een toegenomen celdeling van melkkliercellen, met als gevolg de ontwikkeling van melkklierkanker. De progesteron invloed begint dus al aansluitend op de eerste loopsheid. Bij de teef kunnen zowel goedaardige als kwaadaardige gezwellen ontstaan, waarbij de goedaardige vaker voorkomen. Sommige kwaadaardige tumoren ontwikkelen zich echter zo snel, dat chirurgische verwijdering bijna altijd te laat is. In injecties om de loopsheid tegen te gaan zit een op progesteron lijkend hormoon. Dit hormoon zal dezelfde werking op de melkkliercellen hebben als het natuurlijke progesteron. Doordat deze injecties enkele malen per jaar worden gegeven, zal er constant een hoog gehalte aan progesteron in het lichaam aanwezig zijn. Het gevolg is dan ook, dat er door antiloopsinjecties, op jongere leeftijd al melkkliertumoren kunnen ontstaan. Als een teef eenmaal melkkliertumoren heeft, moet er vaak een grote operatie plaatsvinden. Om uit te kunnen maken hoe de gezwellen het beste kunnen worden verwijderd, is het vooraf nemen van dunne naald biopten noodzakelijk. Met name kwaadaardige tumoren dienen zeer ruim te worden weggenomen. Bij het aanwezig zijn van meerdere tumoren, moeten vaak beide melkklierlijsten volledig worden weggehaald, inclusief de overliggende huid en de bijbehorende lymfeklieren. Deze operatie wordt een totale mammectomie genoemd, moet zeker vanuit ethische overwegingen in twee keer worden uitgevoerd en is erg belastend voor het dier. Na chirurgische verwijdering van melkkliertumoren dient hiervan histologisch onderzoek plaats te vinden op een gespecialiseerd laboratorium. Bij verdenking op uitzaaiingen, zal de behandeling succesvoller kunnen verlopen, als zo spoedig mogelijk na de operatie wordt begonnen met chemotherapie en/of bestraling. Naast het veroorzaken van kanker in de melkklieren, is progesteron bij de teef ook verantwoordelijk voor het krijgen van suikerziekte en veranderingen aan het baarmoederslijmvlies, die vaak op oudere leeftijd leiden tot een baarmoederontsteking. Om dit alles te voorkomen, adviseren wij:
Bij de poes ontstaat melkklierkanker met name door het gebruik van de poezenpil, waarin ook progesteron zit. De tumoren die in de melkklieren ontstaan, zijn bij de poes in de meeste gevallen kwaadaardig en soms al uitgezaaid als ze worden ontdekt. Toch kan vaak nog een lange overleving volgen op chirurgische verwijdering, gevolgd door chemotherapie. Net als bij de teef, kunnen alle op progesteron lijkende hormonen, suikerziekte en een baarmoederontsteking veroorzaken. Ook bij de poes adviseren wij:
Bijwerkingen na castratie treden niet vaak op en de meest voorkomende is urineverlies, ook wel incontinentie genoemd, bij de teef. De oorzaak hiervoor is o.a. het niet meer aanwezig zijn van het hormoon oestrogeen, dat ook in de eierstokken wordt gemaakt. Dit hormoon heeft een invloed op de sluitspier van de blaas. Als deze beïnvloeding ontbreekt, wordt de sluitspier slapper, waardoor de teef met name in rust wat urine kan verliezen. Met medicijnen is deze incontinentie zeer goed te verhelpen, met behoud van alle voordelen van de castratie. Bij enkele rassen, zoals de Dobermann Pincher en de Boxer, speelt ook een abnormale positie van de blaashals in de bekkenholte een rol bij het ontstaan van de incontinentie. Bij deze rassen is het probleem veel minder goed met medicijnen te onderdrukken en moet vaak chirurgisch worden ingegrepen. Dit laatste is mogelijk een reden om bij deze honden niet routinematig tot castratie over te gaan. Andere bijwerkingen kunnen o.a. zijn: |
|||||||||||||
![]() |
dunne beharing; dit komt met name wat vaker bij katten voor. |
||||||||||||
![]() |
toename eetlust, met als gevolg toename lichaamsgewicht, als de eigenaar hiervoor geen maatregelen neemt. |
||||||||||||
![]() |
teven kunnen dominanter worden t.o.v. ander teven; |
||||||||||||
![]() |
in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, worden teven speelser i.p.v. slomer, behalve als ze zwaarder worden. |
||||||||||||
![]() Bij de kat kan na vaccinatie met geïnactiveerde vaccins een tumor ontstaan op de entplaats. Deze tumor wordt fibrosarcoom genoemd en kan ontstaan na gebruik van dode kattenziekte-, hondsdolheid- of leukemievaccins. Aan deze vaccins is een stof toegevoegd, het adjuvans, met als functie de immuniteitsopbouw door het vaccin te helpen bevorderen. Dit soort stoffen geeft op de plaats van de enting een chronische ontstekingsreactie. Inmiddels is bekend dat deze ontsteking kan leiden tot een kwaadaardig gezwel. Met name aluminiumhydroxide als adjuvans is berucht, maar ook andere adjuvantia kunnen zon tumor veroorzaken. Indien uw kat met dit soort vaccins wordt ingeënt, is het raadzaam om regelmatig de entplaatsen op diktes te controleren en bij twijfel direct contact met de dierenarts op te nemen. Vroegtijdige, ruime chirurgische verwijdering van zon fibrosarcoom is noodzakelijk. Deze tumor heeft namelijk sterk de neiging om in zijn omgeving in te groeien. Als bij chirurgie de tumor niet voldoende ruim wordt weggenomen, is de kans zeer groot dat het gezwel terugkeert. In onze praktijk bestaat de mogelijkheid om naast chirurgische verwijdering van het fibrosarcoom, een behandeling uit te laten voeren met behulp van radioactief Iridium, wat gedurende 1 week in het operatiegebied wordt geïmplanteerd. Deze behandeling wordt brachytherapie genoemd. Hierdoor nemen de kansen op blijvend herstel sterk toe.
Hoe ernstig dit probleem is, mag blijken uit het feit dat in de Verenigde Staten de Vaccine Associated Feline Sarcoma Task Force is opgericht. |
|||||||||||||
![]() |
http://www.geocities.com/~kremersark/brochure.html |
||||||||||||
![]() |
http://www.wizard.net/~peacock/cancer.htm |
||||||||||||
![]() |
http://www.wizard.net/~peacock/sleuth.htm#SLEUTH |
||||||||||||
![]() Baarmoederkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij het konijn. Of een voedster wel of niet heeft geworpen speelt geen rol. Leeftijd is de bepalende factor voor het krijgen van deze vorm van kanker en 50 80% van de voedsters ouder dan 4 jaar kan er uiteindelijk aan lijden. Rasverschillen lijken ook van belang, maar veel is hier nog niet over bekend. Bij toename van de leeftijd treden er langzaam voortschrijdende veranderingen op in het slijmvlies van de baarmoeder, o.a. een afname van de hoeveelheid cellen en een toename van bindweefsel. Het gezwel dat ontstaat heet adenocarcinoma en groeit erg langzaam. Vrij vroeg in zijn ontwikkeling kan de kanker zich uitbreiden in de baarmoederwand en de directe omgeving van de baarmoeder. Uitzaaiingen naar andere plaatsen in het lichaam, zoals naar de lever en de longen kunnen 1 2 jaar op zich laten wachten. De eerste verschijnselen zijn vaak: bloed bij de urine op het eind van de plas en bloederige vaginale uitvloeiing. Bij uitbreiding van de ziekte worden de voedsters suf, hebben een verminderde eetlust, vertonen een sterke vermagering en zijn benauwd. Meestal wordt de diagnose gesteld doordat er een onregelmatig vergrote baarmoeder in de buik is te voelen. Verder onderzoek bij deze bevindingen kan dan bestaan uit het maken van röntgenfotos van buik- en borstholte of een echo-onderzoek van de buik. In een vroeg stadium van de ziekte zal het chirurgisch verwijderen van de aangetaste baarmoeder veelal genezend zijn. Chemotherapie voor deze vorm van kanker bestaat niet. Voorkomen is echter beter dan genezen. ![]() Het uitvoeren van deze ingreep op een leeftijd van 0 tot 1 jaar maakt dit minder ingrijpend voor het konijn, i.v.m. de aanwezigheid van een veel kleinere hoeveelheid vet in de buikholte. De operatie dient vanzelfsprekend te worden uitgevoerd onder een volledige en veilige narcose. Bij voorkeur dient dit een inhalatienarcose te zijn, d.w.z. dat het konijn een kapje krijgt met zuurstof en gasvormige narcosemiddelen in de vorm van Isoflurane. Het direct onder narcose brengen met een kapje leidt vaak tot een panieksituatie bij het konijn en daarom is het aan te bevelen een inleidende narcose te geven met Domitor en ketamine per injectie. ![]() |
|||||||||||||
![]() |
Konijnen |
||||||||||||
|
Home | Search | Site Map | Contacteer ons |
|
Dierenkliniek de Ottenhorst. Copyright 2008 Blue Line Development. All Rights Reserved. |